Reis
naar de zon deel 137
Dominicaanse
Republiek
woensdag 14 december 2011 - do 2 februari 2012
Boca
Chica - Santa Domingo - Cumayasa rivier - Catalina - La
Romana - Bayahibe - Saona island - Punta Palmillas - Cayo
Raton - Isla de Mona - Boqueron - La
Parguera
We zien ze vliegen
Eindelijk
is het zover, onze oudste dochter met vriend mogen we weer
verwennen in de Carieb. Ze vliegen via Londen en Miami. Eens
kijken op het internet bij de aankomsten op het internationale
vliegveld Las Américas bij Santo Domingo, SDQ. Als
je arrivals SDQ intikt kom je bij flightstats.com en even
rondkijkend vind je de mogelijkheid 'flighttracker'. Dit zou
alleen voor Amerikaanse binnenlandse vluchten zijn maar wat
zie ik: Miami-Dominican Rep valt er ook onder. Het vliegtuig
is nog niet vertrokken, zal er 125 minuten over doen. Ongeveer
op de juiste vertrektijd zien we verandering, hij is vertrokken
en op een kaart zie je een vliegtuigtekentje bij Miami. Ook
de vluchtgegevens veranderen: hoever hij van Miami is, hoever
nog naar de DomRep, hoe hoog, welke snelheid, kortom de dingen
die je in het vliegtuig zelf ook vaak ziet op een filmscherm.
Ook de geschatte aankomsttijd laten ze zien, hij zal twee
minuten over tijd landen. Leuk spelletje?
We
zorgen dat we op de afgesproken tijd bij de slagboom van de
marina staan. Daar zullen we in de taxi van Sonny stappen
die daar volgans afspraak zal klaarstaan. Mooi dat hij er
niet is... De poortwachter pakt zijn telefoon, krijgt Sonny
aan de lijn en geeft mij het toestel. Sonny zal er over tien
minuten zijn. Geen probleem, het toestel zal pas over een
half uur landen en het is maar een kilometer of tien naar
het vliegveld.
Alles
komt goed, we stappen in een luxe grote auto en zoeven naar
het vliegveld. Als we de moderne aankomsthal binnen komen
zal het toestel twee minuten later landen belooft het elektronische
bord. De aankomsthal is fantastisch: tafel en stoelsetjes,
een brede uitgang waar je de mensen al van verre ziet aankomen.
Dat is heel wat aardiger voor de wachtenden dan bijvoorbeeld
op het keuterige Juliana airport, St. Maarten, waar je alleen
maar staande kunt wachten.
Er
komen drie toestellen ongeveer gelijktijdig binnen en langzaam
komt een stroom passagiers op gang. Verbazend wat die mensen
aan koffers meeslepen, soms hele stapels op een kar. Langzaam
maar zeker neemt de stroom af en wordt het stiller in de aankomsthal.
Nog geen spoor van onze dochter en haar vriend. Weer problemen
doordat ze geen vaste verblijfplaats kunnen opgeven? Bagageproblemen?
Als
ze eindelijk in de bijna verlaten aankomsthal verschijnen
wordt het duidelijk: geen bagage! Het weerzien is er niet
blijer om. Het is al weer twee jaar geleden dat we haar zagen
in Nederland. Ze hebben goede vluchten gehad, alleen dat overstappen.
Eerst in Londen maar in Miami was het helemaal kantje boord.
Hein fotografeert met zwartwit films en de per definitie zeer
achterdochtige Amerikaanse douane moest die zeer zorgvuldig
inspekteren. Ook vertelt hij later dat hij iets van klei in
de bagage had. Prachtig scenario toch: semtex en ontstekingen
in de bagage, ze hebben een terrorist gevonden! Het scheelde
weinig of ze hadden de aansluiting gemist, hun vlucht uit
Londen had al een uur vertraging dus moesten ze zich toch
al haasten. Maar goed, bij de bagageclaim gaven ze alles op
en kregen ze de toezegging dat het later zal worden gebracht
naar de marina. Ze moesten de volgende dag hier maar over
bellen.

beetje
wazig, het was al laat
De
Zeevonk ligt intussen geduldig te wachten met de kerstversiering
in de kuip aan. We drinken champagne op de behouden aankomst
en het puddinkje dat Teresa speciaal maakte vindt gretig aftrek.
Het is al laat als we de kooi opzoeken, dapper, want dan zijn
ze al meer dan 24 uur onderweg.
Van
strandzitjes in het water en primitieve schilderkunst
Onze
eerste wandeltocht gaat natuurlijk naar Boca Chica, niet ver
en veel van de inheemse kultuur te zien. De strandweg voert
langs de houten zitjes waarvan het lijkt of ze in een sociale
werkplaats zijn gemaakt volgens tekening van Rietveld. Iedere
strandhouder heeft zijn eigen kleuren er op gekwast en voorzien
van een van palmbladeren gemaakt afdakje erboven dat zorgt
voor de broodnodige schaduw. Hun hutjes staan boven de weg,
de een nog schameler dan de ander. Hier kunnen de meestal
in de auto arriverende klanten hun drankjes en hapjes bestellen.
Bij de grotere staan zwarte boxen buiten en schalt de reggea,
meringue en andere muziek over de baai. Natuurlijk rijden
ook de brommertjes met hun passagiers af en aan, een kunststukje
over de niet verharde en rotsige weg. Bij een stuk waar geen
strandtent en zitjes zijn, zitten hele families onder de bomen
en dartelen de kinderen in het ondiepe water. Zij zorgen voor
muziek vanuit de auto, de portieren wijd open.
Bij
Boca Chica begint een echt zandstrand. Hier staan hotels en
grote restaurants aan het strand. Je kunt er je ligbed huren
en een niet aflatende stroom venters helpen je inwendige mens
te versterken. We zien ook eenvoudige massage en door de lucht
springende, salto's makende jongeren. Om jaloers op te zijn,
zo soepel. Op het gebied van naturisme is men hier nog niet
zo 'ontwikkeld' als het Nederlandse volk. Zelfs topless blijkt
zeldzaam.
We
strijken neer op een door palmen overschaduwd terras. De serveerster
is kennelijk nieuw, denkt dat je mag kiezen uit hetzelfde
gerecht in vier talen op de menukaart. Het duurt ook eeuwen
voor er wat op tafel komt. Hebben we haar zo in verwarring
gebracht? Intussen vermaken we ons met het observeren van
de medemens en opdringerige venters van ons af te houden.
De
terugweg voert door de befaamde Calle Duarto, een straat vol
winkels voor touristen: prullaria, eten en drinken, Haitaanse
schilderijen, noem maar op. Hier gebeurt het 's avonds als
de straat wordt afgesloten voor het verkeer, tafeltjes en
stoelen op straat komen, de muziek een paar tandjes luider
gaat en je dansles kunt krijgen. Je hoeft je hier niet te
vervelen of eenzaam te voelen.

kan
je hier ook geld tappen?

het
dak wordt gerepareerd

een
opslag van palmbomen?

een
Haïtiaanse schilder aan het werk

zijn
verkoopwaar

met
natuurlijk veel lawaai

moet
het bruin of wit worden?
Bezoek
aan de miljoenenstad Santo Domingo
We
wandelen weer de heuvel op en zoeken een plekje in de schaduw
van een winkeltje. De bus komt hier langs en zal zeker voor
ons viertjes stoppen. We hoeven niet lang te wachten en worden
met enthousiasme naar binnen gehaald/gesleurd. De route gaat
door Boca Chica voor we weer de snelweg opgaan. Veel te zien
in deze 'badplaats' Eén hotel valt het meeste op: wit,
hoog en op alle hoeken een levensgroot beeld. Het valt niet
te rijmen met de krotten, ruines en huisvuil er omheen. De
kloof tussen rijk en arm is schrijnend. We steken weer met
het grootste gemak de snelweg over via een opening in de betonnen
'vangrail' en na een paar kilometer bereiken we het busstationnetje
waar we moeten overstappen in de 'expres' die ons non-stop
naar Santo Domingo brengt, een dertig kilometer verder. We
boffen, de bus is al bijna vol zodat we maar kort hoeven te
wachten voor we vertrekken. De gordijnen dicht, de airco aan
en daar gaan we. We hoeven pas in deze bus de rit te betalen,
70 peso's, nog geen 2 US$. Het is druk op de merendeels zesbaans
weg en we halen kriskras vrachtwagens in. Langs de kant veel
vervallen gebouwtjes, afgebrokkelde muren en puinhopen. Ook
gaten in de weg waar de buschauffeur vaak behendig om heen
rijdt. De grote hangbrug over en we zijn in Santo Domingo.
Ongelooflijk veel kleine winkels, alleen in de grote straten
zoals de Calle Duarte zien we warenhuizen. Jammer genoeg rijden
we er aan voorbij. Hier uitstappen betekent verdwalen en kilometers
lopen naar de oude binnenstad. Het eindpunt is bij het monument
waar de as van de drie vaders des vaderlands, de helden Duarte,
Sanchéz en Mella, bij een eeuwige vlam in een soort
mausoleum, het Altar de la Patria, ligt.Ze zijn vereeuwigd
in drie grote standbeelden zodat je ook met ze kunt kennismaken.
Via de stadspoort aan het begin van de calle Conde gaan we
de oude stad in. Deze Kalverstraat is een bonte verzameling
van enorme schoenenzaken en schilderijenverkopers. Aan het
eind het grote plein met een standbeeld van Columbus met aan
zijn voeten een Taino Indiaanse. Is het een bewonderaarster?
Columbus heeft de indianen laten uitmoorden... De kathedraal
aan de overkant van het door duiven bevolkte plein heeft geen
gebrek aan belangstellenden, hele troepen toeristen schuifelen
er naar binnen, voor ons een reden om eerst op het terras
van hotel Francés een plekje te zoeken. Van hier kan
je alles overzien, van schoenenpoetsers tot passerende rijtuigen.
Weer staat een zwijgzame man in zwart uniform met hoge soldatenschoenen
op zijn post. Als een paar Amerikanen hem vragen naar een
brievenbus, ontdooit hij, laat hij zijn masker vallen. Maar
helaas, hij weet er geen. Wel durf ik hem nu ook aan te spreken
en het blijkt dat hij door het hotel/restaurant is ingehuurd.
Na
wat fotoos te hebben gemaakt van de indiaanse lopen we via
het larimar/amber museum naar de kunstacademie. Er zijn een
paar dames aan het werk maar veel valt er niet te zien. Dan
rechts af naar het fort. Dit dateert uit 1502 en was de eerste
vesting in Amerika. We beklimmen de 18 m hoge toren en hebben
een schitterend uitzicht over de riviermonding en de stad.
De ruimtes in het gebouw zijn leeg, alleen een stalen wenteltrap
en mooie houten deuren zorgen voor een prachtig décor
voor fotoos. Het zonlicht komt naar binnen door schietsleuven
en maakt er helemaal een wonderschoon geheel van.

een
onvermoeibare Columbus

met
de indiaanse aan zijn voeten

ruwe
larimar, een typisch Dominicaans produkt
We
lopen door een paar achteraf straten terug naar de poort,
een bezoek aan de kathedraal moeten we vergeten, hij is al
gesloten. Even bijkomen met een drankje bij Grand's tegenover
de poort voor we in de bus stappen richting Boca Chica. We
hoeven maar een keer over te stappen in de stad en worden
na een half uur keurig afgezet op de hoek bij marina Zar-Par.
Bagage
perikelen
We
schakelen de dames van de marina in, die spreken beter spaans
dan wij. Er blijkt één tas op het vliegveld
te zijn, deze zal worden gebracht. De ander is spoorloos.
We moeten nog een dag wachten voor hij echt in het kantoor
van de marina staat. Naar de andere wordt gezocht, er is gebeld
naar Londen en Miami, maar nog geen resultaat. We zitten er
bij als in rad spaans alles wordt besproken. Afwachten maar.
Als
de eerste tas aan boord is boffen wij. Hier zit onze post
in, de nieuwe visitekaartjes, het nieuwe logboek, nieuwe nederlandse
driekleur, de oude kaas en de haring!
Een
verdwijnende boodschappenkar
Als
je tas niet aankomt dan moet je de meest noodzakelijke spullen
kopen. We gaan naar de hipermarket Olé. Joke gaat voor
de levensmiddelen, Hein en Marg voor slippers, wat ondergoed
en dat soort zaken. Hein vindt bij toeval badslippers in zijn
maat, 46-47 en deponeert ze in het karretje. Ze gaan verder
met hun zoektocht en terwijl ze bij de t-shirts staan en iets
geschikts in het karretje willen deponeren, is het karretje
weg en ook zijn uitgezochte slippers. Nieuw karretje halen,
weer naar de slippers, nu is de grootste maat 45 maar lijkt
gelukkig te passen. Vanaf dat moment zijn ze onafscheidelijk
van hun vervoermiddel!

Marina
Zar Par, we willen graag worden opgehaald
Eindelijk
weer zeilen
Het
is zondag en om het lawaai en de spelende bootjes te ontlopen
is er niets eenvoudiger dan weg te varen. Tony gaf ons de
tip: naar de overkant van de baai en bij het eerste huis is
een beschut kommetje. Afstand slechts een mijl of 6. Prima
idee, heen met de laatste landwind uit het noorden, terug
met de noordoost passaat in de rug.
We
maken om een uur of tien los van de mooring en motoren onder
het eiland langs tussen de hoge brekers door naar buiten.
Er is daar al veel jeugd in de brekers aan het spelen, met
en zonder board. In de vaargeul tussen de tonnen valt het
geweld mee en eenmaal buiten hijsen we het grootzeil en rollen
de genua uit. We zeilen!
Halverwege
de overkant wordt het wat vlagerig en moet de genua een stuk
ingerold worden. We moeten een paar slagen maken voor we bij
een klein inhammetje komen. Hier ankeren we onder het toeziend
oog van de bewoner van de villa die gebaren maakt alsof we
niet welkom zijn. Het lijkt zelfs of hij gaat bellen of fotoos
van ons maakt. We trekken ons er niets van aan. Immers we
zijn onwetende buitenlanders. Wel weten we dat voor elke haven
die je hier aandoet je een depacho moet hebben maar dit is
gewoon een dagtocht.
Afscheid
van Santo Domingo
Met
de expressbus weer naar de oude binnenstad.

regelmatig
wordt de bus ingehaald door kleine motortjes

je
zit achter de gordijnen

de
jongste hoeft nog niet te betalen

volle
bak
We
willen dit keer naar het scheepvaartmuseum, een paar ruines
en het huis van de zoon van Columbus. We lunchen halverwege
de El Conde en zoeken dan de ruïne op van Hospital San
Nicolás de Bari. We worden verwelkomd door een grote
groep duiven die daar kennelijk wonen. Dit zijn de resten
van het oudste ziekenhuis van Amerika, gesticht in 1503, in
1551 door aardbevingen verwoest en niet meer opgebouwd.

restanten
van het oudste ziekenhuis van Amerika

Vandaar
naar de kloosterruïne San Francisco waarvan de muren
nog overeind staan. Het dateert uit 1508 en werd in 1586 door
Francis Drake in brand gestoken en daarna door aardbevingen
en orkanen verwoest. Het ziet er imposant uit. Er worden nu
nog concerten gegeven.

de
ingang van het klooster

hier
worden nog openlucht concerten gegeven
Dan
naar het huis van Diego Columbus. We treffen het, een stevige
bui belet ons de oversteek over het grote plein te maken en
schuilen onder de bomen blijkt niet echt effektief. Zodra
de bui afneemt rennen we het plein over en worden halverwege
weer verrast. Het gebouw is nog ingericht zoals het in die
tijd was. Door tijdgebrek besluiten we af te zien van een
rondleiding en spoeden we ons naar het Museo de las Casas
Reales. We krijgen hier te horen dat het maritime museum elders
is en dat er nog aan gebouwd wordt. Weer vanwege de tijd besluiten
we richting busstation te gaan om tijdig nog wat inkopen voor
vertrek te kunnen doen bij de hipermarkt.

het
paard (en de stier) op het plein voor het museum

even
de bui laten passeren
De
tweede tas ook terug!
Als
we weer bij de marina arriveren komt daar een blije?Hein ons
tegemoet met in zijn armen... de zoekgeraakte tas! We vieren
het met een drankje voor het afscheidsdiner bij Rubio en Teresa.

de
tweede tas ook terug!
Afscheidsbezoek
aan de "Prairie Fox"
We
maakten de avond ervoor al kennis met Rudy en Gagi aan boord
van de Zeevonk. We wisten toen nog niet dat ons vertrek zo
nabij was. Dus nu 'even' dagzeggen. We moeten aan boord komen,
genieten van een drankje en hebben elkaar veel te vertellen.
Later komt Rudy ook nog bij ons aan boord voor de versie van
Maxsea die ook AIS laat zien en Joke's verzameling ebooks
voor op zijn nog bijna lege reader. Tegen elven zoeken we
voor ons doen erg laat, de kooi op.
Zware
tocht naar de Cumayasa rivier
Het
is maar 32 mijl en we vertrekken om half zeven in de ochtend.
Al vrij snel kunnen we zeilen met een zwak noordenwindje.
Het is en blijft bewolkt wat de temperatuur laag houdt en
we met trui en windjack aan we onszelf moeten warm houden.
Er staat nog een flinke deining en na een paar uur begint
de wind meer uit het noordoosten te komen en moeten we slagen
maken, al motorzeilend want 8 knopen wind is niet voldoende
om de golven en de stroming te overwinnen. We stuiteren naar
het oosten met af en toe zelfs een lichte regenbui. Als de
wind wat vlagerig wordt en toeneemt komt hij steeds meer van
voren. De deining blijft en het stuiteren wordt er niet minder
op. We maken nog een laatste slag naar de ingang van de rivier
die moeilijk te vinden is. Pas als we dichterbij komen zien
we de opening in de kust en varen we naar binnen. We zijn
er!
We
ankeren even voorbij een werf waar twee enorme catamarans
in aanbouw staan. Recht voor kan niet, daar ligt het wrak
van een cat half onder water. Joke met bemanning naar de kant.
Perikelen
met de despacho
De
marina de guerra is een stukje terug en Joke en Hein worden
uitgenodigd achterop een brommer te stappen. Deze brengt ze
naar het kustwacht gebouw. Ze geven de despacho af en alles
lijkt in orde.
Nog
geen kwartier later staat in man in uniform op de kant te
wenken. Joke er naartoe. We horen dat we manana naar het kantoor
moeten komen voor de nieuwe despacho naar de volgende plek.
Zelf ontdekken we dat het formulier toch al niet in orde was,
er staat een naam op van een gast die een maand geleden is
afgestapt en Joke komt niet op het formulier voor!Zetten we
morgen meteen even recht.
Riviertocht
Marg
en Hein pakken de kano, Joke en ik nemen de rubberboot voor
een tocht stroomopwaarts. Voorbij de eerste bocht passeren
we een kleine marina met een paar enorme catamarans en een
enorme trimaran in verveloze staat. Dan spreek ik over 20
meter en meer. Daarna op een paar plekken nog wat boten, dan
een soort resort met zelfs een tankstation. Dan houdt de bewoonde
wereld op en slingert de rivier tussen heuvels met palmbomen,
cactussen en loofbomen door. Veel watervogels, meerkoeten,
waterhoentjes en een enkele ijsvogel, Boven ons hoofd gieren
en een paar visarenden, al dan niet met een prooi in de klauwen.
Op een paar plaatsen veel dode bomen, onduidelijk wat de oorzaak
is. De ochtendzon brandt dan al lekker. Weer verder staan
wat mensen in de rivier te vissen. Een paar honderd meter
verder raakt onze schroef stenen op de bodem en is verder
varen te link. In de verte horen we wel de autoweg.


op
een paar plaatsen dode bomen
Op
de terugweg komen we onze kanoërs tegen. Ze hebben al
een flink stuk afgelegd. Voldaan arriveren we bij de Zeevonk.
Een schitterende tocht.

kanoërs
onderweg 
een
riviervisser in aktie

het
wrak van een catamaran achter ons
Weer
naar de kustwacht
We
proberen eerst met de rubberboot maar kunnen nergens aan wal
komen. Dan maar te voet vanaf de werf. Onderweg veel huizen/villa's
te koop. Ook zien we paadjes de bossages in met aan het eind
een soort privé vuilnisbeltje. Treurige zaak, zouden
ze hier geen vuilnisophaaldienst hebben?
Bij
het gebouw van de kustwacht worden we bijna hartelijk ontvangen.
Het nieuwe formulier is nog niet in orde, dus vult Joke opnieuw
onze namen in. Wat denk je, kom morgen maar terug. Na enig
aarzelen doet de commandante een nieuw bod: ik breng het morgenochtend
om acht uur bij jullie op de kant! Wij tevreden huiswaarts.
Bezoek
aan de catamaranwerf
Maar
ja, toch even kijken bij de reuzecatamarans in aanbouw. Joke
kon er gisteren al op en in, nu mag ik. Fotoos maken en intussen
wordt de ontwerper/bouwer opgetrommeld. Het is een Fransman,
Lion, die hier 15 jaar geleden met een kleine catamaran neerstreek.
Hij vindt het leuk om van alles te vertellen over de bouw
en neemt ons mee naar de werkplaats, zo'n 500 m verderop.
We passeren schamele hutjes en primitieve winkeltjes. De werkplaats
is voorzien van een soort staalkonstruktie ruimte waar iemand
achter een grote oude draaibank bezig is. In een overdekte
hal staan twee mallen van 22 m catamarans, er staan vaten
epoxy en polyester, kortom alles is aanwezig voor het bouwen
van een cat. De grondstoffen komen vooral uit de Verenigde
Staten, maar de mast komt weer uit Europa. Ze hebben een goede
connectie met de Lagoon-werf in Frankrijk, De werknemers zijn
allen uit het dorpje en hij is kontent met ze, andersom ook
denk ik.
Op
het kantoor maken we kennis met de manager die voor de import
van al het materiaal zorgt. Hij laat ons fotoos en filmbeelden
op het web zien, ondermeer van een hefbare schroef- en motorinstallatie.
Zijn huidige cat heeft 2x 70 pk Yanmars. Ongelooflijk dat
ze dit hier allemaal uit de grond hebben gestampt! We krijgen
kokoswater, vers uit de noot!

een
catamaran van 22 meter in aanbouw, kostprijs slechts US$ 450.000

Lion,
de Fransman die 15 jaar geleden hier strandde en een werf
in het niets begon

de
director en de manager op hun kantoor
Tussenstop
op Catalina
Om
acht uur staat de commandante met de despacho op de kant!
Om negen uur ankerop en tuffen we de rivier af naar buiten.
Het is er heerlijk rustig: een minimale deining en een N2-3.
Het is nog geen 5 mijl naar ons volgende doel: het onbewoonde
eiland Catalina. Dus: genua uit en we tuffen met 4 knopen
er naartoe.

verkeerde
namen op de depacho

een
goed ingevulde depacho wordt 's morgens gebracht

in
ruil voor kadootjes voor de kinderen
Al
van verre zien we bootjes vol met mensen naar het eiland varen,
iets waarvoor we in de pilot al werden gewaarschuwd: "het
is er overdag net zo druk als Time Square op oudejaarsavond".
We ankeren net naast het koraal, nog geen honderd meter van
een wat afgelegen stukje strand.
Meteen
de snorkels uit de kast om te zien wat de onderwaterwereld
hier heeft te bieden. Zelf neem ik een plamuurmes mee om de
aangroei van de laatste maand een kopje kleiner te maken.
Een
onverwachte lifter
Als
we net onerweg zijn en de stuurboord buitenboordmotor net
is gestopt vanwege lucht in het filter, komt een snelle open
boot aanvaren met een man in uniform van de kustwacht. Joke
wil al de papieren pakken als blijkt dat hij slechts een lift
wil naar La Romana, 5 mijl tegen de wind in! We kunnen met
goed fatsoen niet weigeren en hij komt met zwarte schoenen
en al aan boord. Helaas houdt zijn kennis van de Engelse taal
op bij minder dan vijf woorden en is de kommunikatie door
de lawaaiproducerende buitenboordmotoren niet echt mogelijk.
Hij nestelt zich achterop en op een gegeven moment zie ik
hem zelfs zijn nagels knippen en bijvijlen. Onderweg valt
de SB-motor nog een keer uit maar het is al een routineklus
om hem weer aan de praat te krijgen.

een
onverwachte lifter
Bizarre
aankomst La Romana
De
ingang van La Romana is nauw, temeer daar er aan de ene oever
een cruiseschip van 32 m breed ligt, aan de andere oever een
vrachtschip van 40 m breed. Ertussen in schat ik zo'n 40 meter
over voor in- en uitgaand verkeer. Precies ter hoogte van
de boeg van het cruiseschip, de "Mein Schiff 2"
stopt de SB-motor weer! Tussen de beide schepen staat wind
op de kop. Geen nood, de BB-motor wat meer gas geven. Maar
dan gebeurt het ongelooflijke: hij stopt ook! We drijven naar
de cruiser toe en snel pakken we de stootwillen en stuiteren
tegen zijn huizenhoge romp. Met de masttop zitten we bijna
tegen een van de buitenboord hangende reddingsboten boven
ons als de SB-motor in zijn achteruit het weer doet en we
los komen. Pfff. We ankeren voor de haven, krijgen de BB-motor
ook weer aan de praat en stomen de kleine havenkom in tot
aan de brug. Hier ankeren we midden in de rivier, onwetend
wat er boven ons hoofd hangt. Wat een avontuur en wat een
goede afloop!

hier
moeten we tussendoor

zo
zag het er van binnen uit, de reddingsboten van de "Mein
Schiff" hangen buitenboord

zo
zie je nog beter de verhoudingen
Heen
en weer tussen depacho en ankerplekken
We
zetten onze lifter op de kant en Joke met de papieren naar
het kantoor van de kustwacht. Als ze terugkomt lijkt alles
geregeld. Wel vinden ze het nodig dat we vastmaken aan de
"Fiesta Mar", een verlopen soort rondvaartboot die
voor de kustwacht aan de kade ligt. OK, anker op en we maken
vast aan de roestbak. Meteen komt een man naar ons toe. Hij
blijkt de oppasser van de boot en vraagt of we iets nodig
hebben. Dat is niet het geval. Wel vraagt hij meteen 20 US
voor 2 nachten. Nou, nee dus. We moesten immers hier gaan
liggen? Dan komen er een paar powerboats langs - die net onder
de brug doorkunnen - en liggen we aardig te rukken aan de
lijnen, niet onze hobbie. We vinden ankeren een betere oplossing
en de kustwacht in de persoon van Francesco gaat akkoord en
vaart met ons mee. We komen ongeveer op dezelfde plek uit
en met een achteranker zorgen we dat we in de lengterichting
van de rivier blijven liggen. Dat slaapt ook beter, mocht
de stroom omdraaien door opkomend water.
Dan
worden we weer geroepen van de kant. We varen er naartoe en
nu blijken een immigratie- en een narcoticaman te zijn gearriveerd..De
immigratie wil ons binnenkomstformulier zien en helaas (voor
hem) kunnen we dat niet vinden. Ons enige bewijs is een stempel
in ons paspoort. Hij blijft zeuren maar gelukkig vatten de
anderen het beter op en kunnen we ongestoord naar onze boot
terug.
Vreemde
geluiden om ons heen
Allereerst
een enthousiast getoeter dat in sterkte toeneemt en van een
heuse suikerriet trein blijkt te zijn. Deze dendert al toeterend
over de brug, naar later blijkt zo elk uur. Joke telt 30 wagons.

de
suikerriettrein dendert over de brug
Het
andere is gefluit en geroep van de kant. We zien een man achter
tralies met een ventilator eraan. Ook een miltair met geweer
zittend bij een soort wachttoren. Het is duidelijk, we hebben
te maken met een gevangenis. Later horen we de man(-nen) regelmatig
naar elke voorbijganger schreeuwen. Ze hebben wel een mooie
plek, er valt veel te zien vanuit hun cel.

de
gevangenis

de
bewaker van de gevangenis

de
"Sirius" die we niet in aktie hebben gezien

de
rondvaartboot als steiger niet geschikt
Prima
wifi
Niet
te geloven, we pikken een linksys op die nog snel is ook.
Toch wel een luxe na een paar dagen in de 'rimboe'. Af en
toe hebben we drie laptops in gebruik.
Onze 'buren' vertrekken
Tegen
negenen maakt de "Mein Schiff 2" los, een feestelijk
uitziende flat verdwijnt. Net als we te kooi liggen horen
we veel motorgeraas en de volgende ochtend blijkt waarom:
de "Stena Penquin" en de sleepboten zijn ook verdwenen.

"Mein
Schiff" vlak voor vertrek
Nieuwe
buur
Om
een uur of acht nadert een nieuwe achteruit varende cruiseliner.
Het is de AidaLuna varend onder Italiaanse vlag met als thuishaven
Genova. Ook toevallig, vlak voor wij uit Bonaire vertrokken
lag hij (zij?) daar. Dit schip kan 2100 passagiers hebben,
de helft van de op de rotsen gelopen Concordia. Op het internet
lees je dat ze een 4-D bioscoop hebben en nog interessanter,
webcams. Dat zoeken we op en wat blijkt: een naar voren, een
naar BB en een naar SB. Wij liggen helaas achter het schip
dus zijn we niet te zien op een webcam.
Met
een taxibusje naar de grotten
We
boffen, bij de weg staat een taxibusje klaar. Na onderhandelen
komen we op een prijs van US$ 35 voor heen en terug en ter
plekke op ons wachten. De grotten zijn een dikke 30 km naar
het westen en moeten zeer de moeite waard zijn. Onderweg zien
we sportvelden vol honkballers, training en wedstrijd. Het
is de meest populaire sport van DR. We gaan over de brug van
de Cumayasa rivier die hier niet meer bevaarbaar is. Geen
wonder dat we eerder vastliepen met de rubberboot. We naderen
de Cueva de las Maravillas, de druipsteengrotten met petroglyphen
van de oorspronkelijke bewoners van de DR, de Taino.
De
ingang aan de nieuwe 4-baansautoweg bestaat uit nieuw uitziende
tolpoorten die niet in gebruik zijn. Ook het hele komplex
ziet er nieuw uit in een moderne stijl. Net of er een financiële
injektie is geweest. We worden opgevangen door een Engels
sprekende gids en krijgen een prive rondleiding. We dalen
zo'n 25 meter af en zien een soort spoorbaan door vrij grote
ruimten lopen. Het zijn lichtsnoeren die aan weerszijden van
een betonnen pad lopen en van de ene ruimte naar de andere
gaan. Steeds als je verder loopt gaan er lichten aan, er wordt
duidelijk gewerkt met sensors. Schitterende druipstenen en
op wanden op vele plaatsen de tekeningen vande Taino indianen
die veelal menselijke wezens voorstellen, met grote oren als
de vleermuizen die ze vereerden en die hier ook wonen in de
grotten. Aan het eind van de onderaardse tocht komen we bij
een onderaards meer, helaas niet om in te badderen. De druipstenen
erboven worden weerspiegeld in het gladde wateroppervlak.
Op de bodem liggen tientallen muntjes, zou dat een magische
kracht hebben? Dan komen we bij een metalen deur: het is de
lift door Japan geschonken zodat ook gehandicapten naar beneden
kunnen.
We
lopen door het park naar een ommuurde plek waar leguanen genieten
van hun maaltijd. Ze zijn een stuk lelijker dan die van Bonaire.
Na een snack met een pakje perensap zoeken we de taxi weer
op en nemen afscheid van Brunhilde, Bruni.

Hein
en Brunhilde

lelijker
kan niet

familieplaatje
met gids
We
laten ons afzetten in het centrum van La Romana. Gaan op zoek
naar een leuke eetgelegenheid maar vinden die niet echt. Wel
is de supermarkt binnen bereik en na wat boodschappen gaan
we huiswaarts. De rubberboot ligt nog keurig op zijn plek
aan de kustwacht steiger.
Weer
verkassen
Onze
ankerplek midden op de rivier voor de brug wordt niet gewaardeerd
door de comandant van de Sirius, de kustwachtboot waar we
zo'n beetje naast liggen. Francesco, in burgerkleren, meldt
ons dat. We moeten wat meer naar de overkant. Het kost flink
wat moeite om het hekanker uit de grond te krijgen, de bodem
blijkt uit stevige klei te bestaan. Francesco vindt het leuk
om mee te varen. Onze nieuwe plek is een tiental meters verder
van de kustwachtboot. Iedereen tevreden?

kustwachter
Francesco in burger a/b Zeevonk
Hij
schrijft in ons gastenboek in het engels en belooft de volgende
ochtend (zondag) met het uitklaringsteam terug te komen en
te helpen met het regelen van de papieren voor Puerto Rico
met tussen stops bij Bayahibe en bij het eiland Saone voor
we de beruchte Mona Passage oversteken.
Op
naar het oud-visserdorp Bayahibe
Francesco
houdt woord. Als Joke de despacho gaat afhalen heeft hij geregeld
dat we niets hoeven te betalen voor ons tweedaags verblijf
in La Romana en dat we geen bezoek meer krijgen van immigratie
en drugscontrole. De despacho is voor Bayahibe waar we kunnen
uitklaren voor Puerto Rico. En passent vertelt hij dat hij
rechten studeert, hij leek ons inderdaad te slim voor een
gewone kustwachtjongen.
We
varen de lege haven uit en kunnen meteen zeil zetten richting
oosten. De wind is pal oost dus om de 7 mijl hemelsbreed te
overbruggen zijn wel een paar slagen nodig. We zien de grote
catamarans richting populaire eiland Saone uit Bayahibe vertrekken.
Die hebben het makkelijk, kunnen heen en terug met halve wind.
We ankeren in de noordbaai naast een ongelooflijk aantal catamarans
en open motorboten. Ze liggen mannetje aan mannetje aan voor-
en achterlijn. Het lijkt wel een parkeerplaats. Nog niet eerder
zoveel bootjes bij elkaar gezien.

bootjes,
bootjes
Het
water is glashelder en op onze plek twee meter diep op nog
geen honderd meter uit de kust. Temperatuur 28,1 graad, dus
geschikt om te zwemmen/snorkelen. Nu nog een goede snorkelplek
vinden. Tegen
een uur of drie beginnen boten terug te komen van Saone. Massa's
passagiers worden uitgeladen van de catamarans en per motorboot
naar het strand gebracht. Toeristenindustrie in het kwadraat.
Pas een paar uur later houdt de stroom op.
Wij
zijn dan al even bij de marina de guerra geweest om ons te
melden en uit te leggen wat onze wensen zijn. De commandante
blijkt een telefoontje van Francesco te hebben gehad en is
al op deh oogte.
Tegen
donker weer naar de kant, nu om de beste spaghetti ter wereld
bij Mama Mia te gaan eten. We verdwalen een beetje tussen
de geankerde motorboten en raken de bodem. Reden voor Hein
om uit te stappen in kniediep water om ons naar de kant te
trekken. Hij heeft pech: naar de kant toe wordt het water
iets dieper en een gegeven moment staat hij tot zijn kruis
in het water, een natte broek dus.

Het
minirestaurantje is snel gevonden, we krijgen een menukaart
maar bij het bestellen krijgen we de mededeling dat het eten
pas over een uur wordt bereid. Wij naar het volgende restaurant:
Bamboo beach. We worden in het frans aangesproken en krijgen
een prima plekje midden in het met palmbladen overdekte restaurant.
De bediening is ook in het frans, de eigenaar blijkt later
uit Bretagne te komen.
Na
een crepe met chocolade wandelen we langs de zuidbaai, de
hoofdstraat gelardeerd met kleine winkels en een paar vrij
lege restaurants. Benieuwd hoe het daar overdag is.
Terug
naar de rubberboot op het strand passeren we weer de dobberende
vloot in het weerschijn van een paar lampen. Het blijft een
imposant gezicht.

Bayahibe
en de dagjesmensen
Zo
tegen negenen zien we groepen mensen het strand opkomen en
vervolgens inschepen in de open sloepen waar zo'n 25 man in
kan. Ze krijgen allemaal keurig een zwemvest om. De boten
zijn uitgerust met twee of soms drie 250 pk buitenboordmotoren
en brengen de mensen - met een groen armbandje - naar Saone.
Kleinere bootjes brengen mensen naar een van de ongeveer 15
grote catamarans die dan zeil zetten en ook richting Saone
varen. Het groene armbandje is verplicht voor een bezoek aan
het nationale park.

inschepen
(tussen de 100-200 passagiers per dag voor Saona)
Als
we het dorpje inkomen is daar een parkeerplaats met ruwweg
25-30 luxe touringcars! We praten dus over een volksverhuizing
van zo'n 1000 mensen!

meer
dan dertig luxe touringcars
We
lopen door de dorpstraten die een beetje lijken op die van
Los Roques: hard zand. De supermercado heeft voldoende levensmiddelen
in huis om Joke tevreden te stellen, wat dat betreft zijn
we klaar voor de oversteek naar Puerto Rico.

de
eerste hulp post wacht op klanten

informatiebord
van het park dat we gaan bezoeken; groen polsbandje verplicht!

redelijk
assortiment
Nu
nog een bezoekje aan de Marina de Guerra om uit te klaren.
Dat wordt nog even spannend omdat wat wij willen officieel
niet kan: eerst een paar dagen Saone en dan oversteken. We
willen dus internationaal uitklaren maar eerst nog een bezoek
aan het geheimzinnige eiland Saone brengen waar wel een kustwachtbasis
is maar waar je niet kunt uitklaren. Het lukt zowaar, de commandante
schrijft met de hand een depacho waar hij ook Saone op vermeldt
en voor het geval dat het problemen geeft, ook zijn telefoonnummer.
Kosten: nihil.

Joke
organiseert ons uitreisbewijs
De
volgende stop: het eiland Saona op 11 mijl
We
varen de nu wat lege baai uit, hijsen de zeilen en lopen met
een lekker gangetje - halve wind - naar het zuiden. Saone
zien we al van verre liggen. Marg stuurt en heeft er schik
in, zeker als de wind toeneemt en we boven de 10 knopen komen.
We zien na een half uurtje de boten bij de NW-punt liggen,
het moet de meest geschikte ankerplek zijn dus eenmaal ter
plekke ankeren we daar ook bij de restanten van wat een dam
is geweest.
Het
strand is overvol en terecht, de palmbomen staan hier zowat
tot aan het water. Er staan een paar hutten en natuurlijk
is hier ook een kustwachtstation. Het duurt niet lang of we
zien al mensen inschepen voor de terugtocht, een proces dat
uren gaat duren.
Hein
gaat direkt met snorkel te water maar komt een beetje teleurgesteld
terug. Hij heeft niets gezien dat het predikaat 'excellent'
verdient. Dan maar een stukje onderwaterschip schoonmaken.
Ook dat valt tegen, het water is te onrustig. Intussen is
Marg met de kleine naaimachine letters op een jurk aan het
naaien. Op Puerto Rico gaat ze naar een symposium over de
Pre-Raphaelieten en wil daar in zeer toepsselijke kledij verschijnen.
Tegen
half zes zijn alle boten vertrokken en blijven we alleen achter.
Wel zien we nog een paar mensen op het strand en bij de hutten
bezig, kennelijk de inwoners van het gehucht. Het namiddagzonnetje
maakt het heerlijk komfortabel en met een glaasje hebben we
het helemaal voor elkaar. Als een half uur later de zon in
de zee zakt zien we voor het eerst sinds lange tijd een schitterende
groene flits. Dan nog het diner bij kaarslicht onder de melkweg.
We kijken weer naar de manen van Jupiter terwijl Venus ongekend
fel is en op het water weerspiegelt. Een inheemse vogel die
van veraf op een kraai lijkt maakt wonderschone geluiden.
In
de verte het lichtschijnsel van de kustplaatsen en een enkele
boot waarvan we het witte toplicht en het rode bb-licht zien.
Hij zal onder ons langs gaan.
Saona
komt tot leven
Na
een onrustige nacht door een schuin inkomende deining en een
windkracht 4 uit het NW start de dag met een mager zonnetje.
Een paar man is bezig om het strand te egaliseren en wat op
te ruimen. De eerste grote 3-motorige open sloep arriveert
al omstreeks acht uur. Er stapt welgeteld 56 man op het strand.
Het is dan nog te koel om op het strand te liggen. Een aantal
gaat aan de wandel.
Zelf
heb ik ook een klus: een achteranker uitbrengen zodat we minder
rollen. Het wordt al warmer en een paar boten met eet- en
drinkwaar lossen hun lading op het strand.
We
krijgen zowaar bezoek: een vissersboot zet twee mannen af.
De een in kustwacht uniform. Ze willen onze papieren zien
en na een en ander telefonisch te hebben geverifieerd, blijken
ze tevreden. Wij leggen onze plannen uit: we wachten rustiger
weer af en steken dan over naar Puerto Rico. Eerst gaan we
nog naar Catalinita, het eilandje tussen de DR en Saone maar
dat vertellen we niet. We zeggen toe ons via de marifoon af
te melden als we vertrekken.
Dan
is het tijd voor ons om het strand te verkennen. We maken
de rubberboot aan een palmboom vast en wandelen zuidwaarts,
nieuwsgierig wat er om de hoek te zien is. Joke konstateert
dat dit het mooiste strand tot nu toe is en geniet van elk
beestje en bloemetje. Achter de overhangende palmbomen een
ruime beschutte baai. Geen wonder dat we hier de vorige ook
boten zagen liggen. Een ezel aan een touw graast ongestoord
verder als we naderen, kennelijk wel wat gewend. Ook een hond
die we tegenkomen wil ons niet zien. Wat een rustgevende wereld.

Joke:
mooiste strand

lijkt
wel een schildpad

niet
schuwe strandvogel

een
ezel op het strand van Saona

familieplaatje

eten
en drinken wordt aangevoerd

heerlijk
liggende kuipjes

massage
aan het strand

tentjes
met souveniers
We
wandelen terug naar de groeiende mensenmassa op het strand,
proberen ook de ligkuipjes. Deze voorgevormde polyester strandattributen
blijken uitstekend te liggen. We gaan verder, wel bewust van
het feit dat wij geen groen armbandje dragen en alle andere
mensen wel. Er wordt gevolleybald, we zien dire mensen op
massagetafels die verwend worden. Natuurlijk ook een paar
barretjes met vanzelfsprekend een vaatje rum op de toonbank.
De picnicktafels onder de palmen zijn nog leeg, het is te
vroeg voorc de lunch. Een paar rijen souvenierstalletjes vormen
de grens met een klein woongebiedje met simpele huisjes. In
de verte zien we dan al de zeilen van de stroom reuzencatamarans
onze kant opkomen. Er hebben dan al tientallen motorsloepen
hun menselijke lading op het strand van Saona afgeleverd.
Verkassen
naar het mangrovebos van Punta Palmillas
De
drukte en het rollen zat wordt het tijd om een volgende mooie
plek op te zoeken: Las Palmillas, 'the natural swimmingpool'.
We moeten daartoe over de drempel van de bahia Catalinita,
op de kaart van 'coral'. We zien een heel licht gekleurd gebied
dat erg ondiep lijkt en zoeken de meest donkere plek uit om
voorzichtig over te steken. Het gaat goed, de minste diepte
die we loden is 2,40 meter. Af en toe hebben we een schijnbare
wind van 26 knopen op de kop, bijna windkracht 7. We varen
naar het strand naast de palmbomen van het natuurlijke zwembad
tot we 1,50 m water hebben en ankeren daar, zo'n 100 m uit
de kust.
Met
de rubberboot om de ondiepe punt van het mangrovebos waar
we natuurlijk ook een keer de peddels nodig hebben omdat we
vastlopen op een ondiepte. Door een smal kanaaltje komen we
het 'zwembad' binnen. Geen zwemmers, geen vogels. Er blijken
meer uitgangen dan op de kaart staan en de palmbomen bij het
strand in de namiddagzon lokken ons. Weer een strandwandeling,
nu langs een soort palmplantage. Jonge palmpjes van nog geen
meter verraden een mensenhand. We komen inderdaad bij een
afdak met een bord: privé, verboden cocosnoten te plukken.

Marg
op het strand

Joke
op het strand

prive
kokosnoten
Vanaf
hier zien we ook grote schepen in de verte, waarschijnlijk
van en naar La Romana. Een groot passagierschip van de Carnival-line
blijkt Curaçao als einddoel te hebben, aankomst de
volgende dag 16.00 uur. Wij deden er drie dagen over. Op het
strand van Saona zagen de badhanddoeken met 'Carnaval'.
Ook
krijgen we weer een prachtige groene flits te zien en een
heel dun maansikkeltje. Het is duidelijk de dag na nieuwe
maan.
Eenmaal
donker zien we lichtflitsen in het water. Zijn het visjes
of lichtgevende kwalletjes die vaak op dit soort zandbodem
te zien zijn of misschien toch zeevonkjes?
Catalinita
lo(n)kt
Het
kleine eilandje aan de oostkant van de bahia de Catalinita
lijkt een goed uitgangspunt voor de oversteek naar Puerto
Rico. Echter, bij het bestuderen van de kaart kom je er niet
makkelijk, riffen alom. In de cruisingguide beschrijven een
paar zeilers hoe je de bahia kan doorvaren en je kunt ankeren
achter een klein eilandje daar in de buurt: Cayo Raton. Boten
met een diepgang van 5,5 voet diepgang hebben onderweg geen
problemen ondervonden.
Omdat
de wind tegen tienen weer de eigenschappen van de passaatwind
krijgt: E-NE 4-5 en 's nachts N 1-3 moeten we op tijd vertrekken
om de 7 mijl naar het oosten te varen. Toch worden we halverwege
al verrast, de genua kan weer worden opgerold en we mogen
tegen de wind opboksen.
Als
we Catalinita naderen zien we de twee wrakken en de golven
tegen de verschillende riffen branden. Eerst maar naar het
kleine eilandje Cayo Raton. Maar waar is het? Als we volgens
de kaart vlakbij zijn zien we een paar stukken boomstam boven
water uitsteken, en nog dichterbij een heel ondiepe plaat.
Het is geen eiland maar een soort zandbank. We varen er omheen
en gaan er achter liggen met 3 m diepte. Heerlijk beschut
tegen de golven, niet beschut tegen de wind die lekker door
raast, ENE 4-6.

Catalinita
aan de oostkant van de baai

Cayo
Raton bij laag water
Achter
ons, aan de onherbergzame en ontoegankelijke kust van Saona,
zitten een paar pelikanen op een aangespoelde boom en duiken
met de regelmaat van de klok naar een niets vermoedende voorbijkomende
vis. Ook hebben we een paar maal een rog uit het water zien
springen. Marg dacht even aan een walvisstaart, maar voor
die beesten is het hier een beetje te ondiep.
Catalinita
is te ver, 2 zeemijl (bijna 4 km), om onder deze omstandigheden
met de kano of de rubberboot te bezoeken. In de loop van de
dag zagen we een paar toeristenbootjes het eiland bezoeken,
voor ons is dat niet weggelegd.
Een
drietalvissers in een klein open bootje brengt een net uit
schuin achter ons tussen de kust van Saona en ons 'eiland'.
Diner
bij kaarslicht en de ondergaande maan en Venus. Aan de horizon
het schijnsel van een paar kustplaatsen in het westen.
Gaan
we of gaan we niet?
De
gribfiles zijn voor de ochtend en de komende nanacht nogal
somber: 20 knopen wind uit het ENE. De volgende dag ziet er
veel beter uit dus besluiten we om vrijdagochten vroeg naar
Mona te vertrekken. De pilots van Bruce van Sant en Stephen
Pavlides zijn niet unaniem met betrekking tot de geleidelichten
van Anclaje Sardinera, het beschutte ankerkommetje op Mona.
Bruce zegt de hele nacht aan, Stephen laat ze om tien uur
uit gaan. We moeten maar zien.
Dezelfde
vissers als de vorige dag ankeren nu bij de kust achter ons
waar een miniscuul strandje lijkt te zijn tussen een rots
voor de kust en een palmboom op de kust.
Intussen
bewijst de wind dat we gelijk hebben met het uitstellen: af
en toe 24 knopen, de windgeneratoren hebben het er moeilijk
mee.
Ook
een tripje naar Catalinita zit er niet in. We genieten ieder
op zijn eigen manier van deze verplichte rustdag.
We
gaan!
Bij
het eerste daglicht trekken we met veel moeite het anker op.
De vissers die de dag ervoor hun netten zowat rondom ons legden
zijn al op. Hopelijk liggen er geen netten in de weg. We moeten
2 mijl recht tergen wind en stroming naar buiten motoren.
Aan bakboord de branding en een enkele breker op het rif,
aan stuurboord de hoge klippen waar de golven op kapot slaan.
De waterdiepte gaat van 4 meter naar bijna tien, dat vormt
geen probleem. Onze snelheid op 2 motoren varieert van 1,8
tot 2,5 knopen over de grond en we worden regelmatig door
windvlagen en golven uit koers gebracht. Het duurt dus een
dik uur voor we echt buiten zijn en de zeilen kunnen bijzetten.

we
laten Saona achter ons

onderweg
diesellucht: slang gescheurd

vies
klusje ondersteboven bij hoge golven
De
zee is ruw, deininggolven volgen elkaar snel op en bereiken
hoogtes tegen de drie meter. Door de sterke wind kunnen we
alleen de fok als voorzeil gebruiken en zelfs dan maken we
nog flinke duiken. Is eerst de koers zuidoost, langzaam buigt
hij naar oost, veel gunstiger dus. Ons wensdoel is het eiland
Mona. halverwege de oversteek naar Puerto Rico. Volgens de
piloy van Bruce een bijzonder eiland met een redelijk rustige
baai. Geen bewoners behalve wat dienstdoende rangers. In de
wintermaanden maken jagers het eiland onveilig, er wordt gejaagd
op wilde zwijnen. Ze worden er met een boot gebracht en blijven
dan een aantal dagen, Ze kamperen in tentjes, moeten hun levensmiddelen
en water zelf meenemen. In de zomermaanden komen er toeristen
met eigen of gehuurde boot vanuit PR en is het druk in het
kommetje.
Als
we tien mijl onder het eiland zitten en al half en half besloten
hadden maar door te varen, valt de wind weg en draait even
later naar het zuidoosten. Het heeft zo gemoeten, want nu
ligt het binnen bereik en koersen er recht op af. De avond
valt en het zal erom spannen of we voor donker te plek zijn.
Aankomst
op Mona
Met
de kijker zien we voor de duisternis invalt enkele gebouwtjes.
Er zijn geen boten te onderscheiden. Volgens de kaart moet
er een boei voor de ingang liggen en met radar ondersteuning
van Joke varen we erop af in de snel toenemende duisternis.
Tot onze verbazing en geruststelling onderscheiden we twee
rood oplichtende vierkante borden op de wal, duidelijk bedoeld
als geleidebakens. Echter geen geleidelichten die tot tien
uur zouden branden maar dat is ook niet nodig op deze manier.,
Met hulp van de schijnwerper en de radar lukt het om zonder
kleerscheuren binnen te komen. Daar zien we verswchillende
lichtjes voor ons, het blijken vissers op de kade. We zijn
binnen in het kommetje en zien een paar moorings. We pikken
er een op en door een beetje wind draaien we en komen met
de achterkant vlakbij de kade te liggen. Geen kontakt met
de mensen die een voor een afdruipen..

de
geleideborden bij daglicht

vlak
langs het rif
Wat
een enorme overgang: 12 uur stuiteren in de beruchte Mona
passge en nu in een beschutte kom in een zacht avondbriesje.met
een minimale deiinng. Op de kant verschillende lichtjes die
horen bij tenten. We zien ook mensen met lampen rondlopen.
De camping is dus hier aan het water, volgens de boeken kost
het $ 1 per nacht.
De
'veerboot' arriveert
Ik
ben net op als ik een toeter hoor en in het kommetje een motorboot
is binnen gevaren. We liggen duidelijk op de plaats waar hij
aan de kade wil liggen. Dat betekent verkassen. In een mum
van tijd verschijnt mijn bemanning, wakker geworden door onze
motoren en we pakken de volgende mooring. Het bootje maakt
vast aan de eerste mooring en met de achterkant aan de wal
zodat hij makkelijk kan laden en lossen. Er zit zo'n 15 man
op, een aantal in camouflage pakken, die nieuwsgierig naar
ons kijken. Een en ander wordt duidelijk als ze gaan lossen:
foudralen met daarin jachtgeweren, plunjebalen en pakken bier
en cocacola gaan de wal op. Ook grote vaten met water volgen.
Deze mensen komen duidelijk voor een aantal dagen hier jagen
en bivakkeren in een tent op de wal. Opvallend is dat het
alleen mannen zijn en een welvarend (lees buikig) leventje
leiden. Logisch, een overtocht naar dit eiland kost al $ 200
en jagen is geen sport voor armen.
Het
bootje wordt weer volgeladen met de spullen van de 'vertrekkers'
, zelfs pakken cocacola gaan terug. Een uur later is alle
klaar, zitten er een man of vijftien aan boord en vertrek
hij, toch wel zwaar beladen. De nieuwkomers hebben hun tenten
dan al staan.

kampeerders
met geweren
Wat
biedt Mona?
We
leggen de rubberboot aan een palm en lopen door het tentenkamp
waar volop aktie is. Er loopt een grote leguaan rond, mannen
zijn aan het dominoën en boven een gesloten vuur wordt
de rug van een wildzwijn geroosterd. Sommige tenten bestaan
alleen uit een afdak met daaronder een rij slaapzakken op
luchtbedden. Er is een heus toiletgebouw, met een mannen-
en vrouwendeel en buitendouches. Het volgende bouwsel is van
de rangers en er zitten een stuk of drie buiten op de veranda.
Ze hoeven geen papieren van ons te zien, hoeven geen geld
(bv. voor de mooring) en maken ons een beetje wegwijs, dwz.
we kunnen een pad langs het strand wandelen en een naar het
oude vliegveld. De rest van het eiland is verboden ivm. de
jacht. Vreemd, in het weekend mag niet worden gejaagd, het
is weekend en toch... Maar goed dan de strandwandeling. We
komen eerst langs een spiksplinter nieuw educatiecentre met
daarnaast een batterij van 128 zonnepanelen. Dan gaat het
de natuur in. Het strand is smal en het zand zacht zodat je
er flink in wegzakt. Het gras aan de grens zit vol met die
kleine venijnige stekeltjes, levensgevaarlijk op sandalen.
We lopen tot voorbij punta Arenas en zien de baai Isabella,
een beschutte plek bij NE-storm.

Joke
bij de dominotafel

wat
wel en niet mag

een
zwijn op het spit

een
brutale leguaan, je zal hem 's nachts in je bed krijgen

een
keukentent met redelijke voorraad

tent
met koelkast

toiletgebouw
met links douchegelegenheid

ooit
spoelde een walvis aan

waarschuwing
voor overstekend wild

Joke
op het strand uitblazend

de
Zeevonk vanf het strand

educatiecentrum
met zonnepanelen

rondleiding,
het zaaltje met de geschiedenis op wandplaten

de
wifi!

het
weerstation
Op
de terugweg toch even bij het educatiecentre kijken en laat
net de baas van de rangers daar in een kantoor zitten en ons
enthousiast begroeten. Hij laat ons alle ruimten zien. Het
meest imposant is een zaal met de geschiedenis op wandborden
en een stuk of dertig stoelen in slagorde. met een lessenaar
ervoor. Ze moeten nog starten, in april beginnen de toeristen
te komen.
In
zijn kantoor, ook al met mooie wandplaten van vissen, walvissen
en zeekoeien, zie ik een router staan met een wifikastje.
Als ik hem vraag of wij daar ook gebruik van mogen maken,
is het antwoord 'natuurlijk' en hoeven we er niets voor te
betalen. Stel je voor, een in feite onbewoond eilend - de
rangers hebben steeds twee weken dienst en dan drie weken
vrij - met een soort camping maar met gatis wifi!
's
Middags komt een van de jagers naar ons toe zwemmen en biedt
ons gegrilld zwijnevlees aan. Voor de vegetariërs onder
ons geen lekkernij, Joke wil eigenlijk wel.
's
Avonds weer volop genieten van de maan en de sterren nadat
een minibuitje wat douchewater bracht. Het hield ons mede
tegen om vlak voor het donker voor de volgende etappe te vertrekken.

onze
gastheer doet uitgeleide
Van
Mona naar Puerto Rico
De
oversteek is 40 mijl, naar La Parguera, ons einddoel, 52 mijl.
We vertrekken om zeven uur, vlak nadat een oranje helikopter
even langs kwam (kustwacht?). Meteen om de zuidwest punt komt
een kustwacht boot onze kant op en tot onze verbazing blijft
het stil op de radio. Nadat hij uit het zicht is horen we
hem later wel een boot lastig vallen met vragen als : "wat
is de geboortedatum van de kapitein?" De wind speelt
een spelletje met ons. Maken we een slag naar het noorden
dan valt hij weg en moeten we motoren, de slag naar het zuidoosten
levert een stevige oostpassaat op en beginnen we lekker te
stuiteren. De bergen van PR zijn al vroeg te zien en achter
ons verdwijnt Mona maar langzaam.
Tegen
de tijd dat we in de buurt komen van PR komt een langgerekte
zwarte wolk op ons af en wordt de wind ineens heel gunstig
na een miniscuul regenbuitje. Prachtige oranje luchten achter
ons met regensluiers ertussen. We kunnen zo de baai van Boqueron
binnenvaren en ankeren daar in het donker. We zijn in de PR!
Van
Boqueron naar La Parguera
Onder
schitterende omstandigheden - geen wind en een heerlijk zonnetje)
- motoren we de 22 mijl naar ons einddoel dat aan de zuidkust
van PR achter de riffen op ons wacht. Het navigatieprogramma
openCPN doet het voortreffelijk. Een zeiljacht voor ons dat
ook omstreeks het aanbreken van de dag vertrokken is, is door
zijn aktieve AIS uitstekend te volgen. Sturen tussen de riffen
doe ik met drukken op de knoppen van de autopilot met een
oog op de elektronische kaart. Dat is heel wat anders dan
stuiteren tegen de wind in.
We
passeren Cabo Rojo met zijn mooie vuurtoren en zijn dan aan
de zuidkust. Nu een weg zien te vinden langs de riffen hetgeen
moeiteloos gaat. Voor twaalven komt de "Kril" in
het zicht en toetert Joke op de conchschelp. Even later komt
een springende en zwaaiende Ursula naar buiten en Micheal
doet op zijn manier mee. We ankeren in hun buurt.
Een
heerlijk weerzien
We
hebben Michael en Ursula op Curaçoa leren kennen. Het
zijn goede vrienden geworden. Dat blijkt want we worden meteen
uitgenodigd voor het diner bij hun aan boord. We nemen champagne
mee om het weerzien te vieren. Ze zijn goed bekend hier en
hebben vrienden aan de wal en in een mum van tijd regelen
ze gratis wifi en een aanlegplaats voorc de rubberboot. Ook
bellen ze voor een bus naar San Juan waar Hein een auto bij
het vliegveld wil huren. We krijgen nog veel meer tips, ideaal.
Het
kan niet uitblijven: immigratieperikelen
Om
in te klaren meldt Joke per marifoon onze aankomst. We weten
dat inklaren in La Parguera niet mogelijk is en zijn van plan
om de volgende dag naar Ponce te gaan waar we goede ervaringen
met de officials hebben. We krijgen een telefoonnummer op
en via skype gaat Joke aan het bellen. Ze wordt van het kastje
naar de muur verwezen, moet telefoontjes van officials onderling
afwachten en weer kontakt opnemen, enz. Het eind van het liedje
is dat we onder Mayaguez - een grote stad aan de westkust
- vallen en daar naartoe moeten met de papieren. Jammer dan,
Ponce leek zoveel makkelijker.
Vroege
start om een auto op te halen
Ursula
heeft afgesproken dat de bus om 5.30 uur Marg en Hein zal
oppikken bij Sammy (supermarkt) vlakbij. De reis zal minstens
drie uur duren en $ 25 kosten. Ik breng ze op tijd naar de
kant maar als ik terug vaar staat Ursula met de telefoon in
de hand te praten met de ongeruste buschauffeur. Gelukkig
komen Marg en Hein dan net aan bij de bus en loopt alles verder
op rolletjes.
Bij
het vliegveld van San Juan stappen ze uit maar moeten $ 40
pp. betalen. Dat is even schrikken. De huurauto lukt ook al
blijkt die ook al veel duurder uit te vallen dan afgesproken.
In drie uur rijden ze terug en tegen twee uur zijn ze weer
in La Parguera.
Nu
de volgende krachttoer: naar de immigratie in Mayaguez. We
hadden al een paar slechte verhalen over de behandeling daar
gehoord en waren niet zeker of de waver van Miami voldoende
was als tijdelijk visum. Na toch een lange rit komen we bij
de buitenwijken van de stad met de typisch Amerikaanse winkelcentra.
De veerbootsteiger is snel gevonden en we worden in een nagenoeg
verlaten havengebouw binnengeleid. In de aankomsthal de bekende
douane hokjes met apperatuur voor vingerafdrukken, etc. Onze
papieren worden bekeken en de waver blijkt hier ook geldig!
Een zorg minder want een fine van $ 700 is niet echt aantrekkelijk!
Dan komt een andere beamte met de bootpapieren. Hij heeft
een probleem: dit zijn geen geldige bootregistratie papieren.
Dat moet een hele map zijn. Joke legt geduldig uit dat dit
echt de goede papieren zijn, de man wil ewr niet aan. Eindelijk,
na lang soebatten moppert hij iets van 'dit keer door de vingers
zien maar we moeten ons wel in verbinding stellen met ons
gouvernement...' We krijgen de stempel in onze paspoorten
en zijn nu officieel in Puerto Rico.
Nu
nog 'even' langs de Pueblo, een grote supermarkt om eten en
drinken in te slaan voor de komende dagen. De prijzen vallen
tegen, met name groente en fruit is een stuk duurder danc
in de DomRep. Ook de wijnen zijn niet goedkoop. Met een volle
achterbak terug.
Na
een eenvoudig avondmaal vertrekken Marg en Hein naar een hotel
in Guanica vanwaar ze een aantal dagen het binnenland in willen.
Wij vieren met Ursula en Michael de goede afloop.
Belangrijke
beslissing
Er
waren al wat redenen om na te denken over een terugkeer naar
Nederland. Het afgelopen jaar vertrokken weer vijf Nederlandse
boten met vrienden. We varen nu zeven en een half jaar in
de Carieb.We ontdekken steeds weer schitterende nieuwe plekken
en ontmoeten bijzondere mensen. Het is bijna altijd mooi weer,
het water is heerlijk van temperatuur. Onze kinderen en zussen
bezoeken ons regelmatig, en met andere familie hebben we skype-
en emailkontakt. Met onze gasten ontstaat vaak een vriendschappelijke
band. We hebben een heerlijk afwwisselend leven. Ver vooruit
denken heeft weinig zin, we zijn gezond en aktief. Wat wil
je nog meer?
Crêpe
party op de Kril
Ursula
heeft eerder laten zien dat crêpes een van haar specialiteiten
is. Nu nodigt ze ons uit om samen met hun PR vriend Tito crêpes
te komen eten. Als we tegen zevenen arriveren is Tito er al.
Het blijkt een gezellige vent die goed engels spreekt. We
delen de flessen cider en crema de oro uit en we toasten op
de kennismaking. Hoofdmaaltijd crêpes met groente, nagerecht
crêpes met chocolade overgoten met crema. Zeer geslaagd,
dank je wel Ursula!
Vroege
dolfijnen rond de boot!
Waar
heb je dat: dolfijnen bij zonsopgang rond je boot? Windstil
als elke ochtend, het gekoer van duiven in de mangroves, de
eenzame pelikaan op zijn uitkijkpost op Cayo Bayo, het eilandje
waar we achter liggen.
Mangrovetour
La
Parguera is vrij onbekend omdat er geen stranden zijn. Je
kunt er een kano huren of een tochtje met een glasbottomboot
maken. Ook zien we dagelijks een paar kitesurfers. In het
weekend is er wel veel vertier, het ontbreekt niet aan horecagelegenheden.
Wij
worden door onze vrienden opgehaald om de mangroves te doorkruisen
en daar misschien te snorkelen. Smalle doorgangetje tussen
binnenmeertjes, een enkele pelikaan en reiger, veel meer zien
we niet. Totdat je je hoofd onderwater steekt en je in de
broedkamer van vele vissoorten bent. Joke en Michael smullen
op verschillende plekken van kleine baracuda's en nog kleinere
babyvisjes.
Even
tanken
Op
aanwijzing van Ursula met 5 tankjes à 20 liter tot
iets voorbij het centrum van het dorpje. Geen tankstation
te zien, zelfs niet bij een redelijk grote jachthaven met
een stel grote powerbaots. Hoe doen die mensen dat? Bij de
steiger van de huurbootjes gevraagd en daar krijg ik te horen
dat er geen tankstation aan het water is! Aan de weg is een
tankstation bij de afslag van de kerk(?) en ik moet de rubberboot
maar ergens vastmaken. Ik kom terecht bij een vissershaventje
waar een aantal vissers zit te genieten. Ze zijn meteen behulpzaam,
helpen de tankjes de kant op en tot mijn grote genoegen worden
ze achterin een pickup gezet en word ik naar het tankstation
gereden! Daar zetten we de tanks op de klep en vul ik moeiteloos
105 liter. Betalen en terug naar de vissershaven. De aardige
knaap haalt een boodschappenwagentje van de steiger en de
tanks worden aan boord afgeleverd (de rubberboot wel te verstaan).
Kan het mooier?