Op de werf van Heerema Fabrication Group in Vlissingen krijgt momenteel een indrukwekkend staaltje staalengineering vorm: de fundering voor het offshore transformatorplatform van Zeevonk. Het platform wordt het eerste in een reeks nieuwe 2GW-aansluitingen die TenneT de komende jaren zal realiseren in de Nederlandse en Duitse Noordzee. Deze innovatieve standaard maakt het mogelijk om grote hoeveelheden duurzame energie efficiënt aan land te brengen, met minder platforms en kabels. De constructie, bekend als een ‘jacket’, vormt de ruggengraat van offshore windenergie. Het recente werk richt zich erop om de jacket volledig ‘plug-&-play’ gereed te maken nog voordat deze het water raakt.
De bouw is inmiddels in volle gang. De enorme poten en schoren worden aan elkaar gelast, met het oog op transport naar de Noordzee in de zomer van 2027. Om de schaal van dit project te begrijpen, volstaat een blik op de cijfers: eenmaal voltooid zal de jacket 13.000 ton wegen — ongeveer het gewicht van 2.000 Afrikaanse olifanten. De constructie wordt 50 meter hoog en beslaat een oppervlak van 100 bij 50 meter, vergelijkbaar met de afmetingen van een professioneel voetbalveld.
Maar wat is een jacket precies, en waarom wordt deze op deze manier gebouwd? In de offshore-energiesector is een jacket een meerpotige stalen vakwerkconstructie die op de zeebodem wordt geplaatst. De functie is het dragen van de ‘topside’: het zware bovenbouwdeel waarin alle elektrische installaties zijn ondergebracht. Omdat de Noordzee een ruige omgeving is met krachtige golven en stromingen, zorgt het open, holle ontwerp van de jacket ervoor dat water er gemakkelijk doorheen kan stromen. Zo wordt de belasting op de constructie verminderd, terwijl deze sterk genoeg blijft om gedurende meer dan 35 jaar duizenden tonnen aan apparatuur te dragen.
Naast haar dragende functie fungeert de jacket ook als beschermde toegangspoort voor de elektriciteit. De constructie bevat zogeheten ‘J-tubes’: lange, J-vormige stalen buizen die als gigantische rietjes werken. Deze buizen geleiden de elektriciteitskabels veilig van de zeebodem naar het transformatorplatform en beschermen ze tegen golven en stromingen. De eerder genoemde bellmouths zijn de verbrede openingen aan de onderzijde van deze buizen, ontworpen om te voorkomen dat de kabels te scherp buigen of tegen het staal schuren. Door al deze interne kabelroutes nu al in Vlissingen voor te bereiden, verloopt de overgang naar groene energie een stuk soepeler zodra de constructie op tientallen kilometers uit de kust is geïnstalleerd.
#Zeevonk is een joint venture tussen Vattenfall en Copenhagen Infrastructure Partners (CIP). Het eerste Zeevonk-windpark zal naar verwachting in 2029 de eerste energie leveren.